Waarom ik mijn juridische status wil aanpassen

Je wordt geboren als mens. Maar vanaf je geboorte krijg je ook een juridische identiteit. Een naam, een geboorteakte, een rijksregisternummer en een nationaliteit.
Voor de meeste mensen is dat de normaalste zaak van de wereld. Het hoort nu eenmaal bij het leven. We staan er nauwelijks bij stil.
Maar heb je jezelf ooit afgevraagd wat dat eigenlijk betekent? Waarom ben je automatisch staatsburger van een bepaald land? Welke rechten en verplichtingen brengt dat met zich mee? En misschien nog belangrijker: in welke mate heb je zelf zeggenschap over die juridische verhouding?
Het zijn vragen die mij uiteindelijk op een bijzonder traject hebben gebracht. Een traject dat ik de statusaanpassing noem. Mijn juridische status aanpassen: dat is het doel van dit traject. Niet alleen op papier, maar met een officiële erkenning binnen de Belgische rechtsorde.
Een mens wordt geboren. Een burger wordt geregistreerd.
Wanneer een kind geboren wordt, wordt die geboorte aangegeven en geregistreerd. Het kind krijgt een juridische identiteit waarmee het door de overheid en andere instellingen kan worden geïdentificeerd.
Die registratie heeft uiteraard een functie. Ze maakt het mogelijk om rechten uit te oefenen, familiale banden juridisch vast te leggen, eigendom te registreren, overeenkomsten aan te gaan en deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Maar een registratie is niet hetzelfde als de mens die geregistreerd wordt.
Een rijksregisternummer is niet wie ik ben. Mijn geboorteakte is niet wie ik ben. En mijn nationaliteit vertelt evenmin wie ik als mens werkelijk ben. Het zijn juridische en administratieve gegevens die betrekking hebben op mij. Dat onderscheid lijkt misschien vanzelfsprekend. Toch heeft het mij aan het denken gezet.
Als ik als mens niet hetzelfde ben als mijn administratieve registratie, waarom beschouwen we de juridische status die eraan verbonden is dan als iets waarover nauwelijks vragen gesteld kunnen worden?
Over het onderscheid tussen een levende mens, een natuurlijke persoon en een juridische identiteit schreef ik eerder het artikel ‘Ben jij een natuurlijke persoon?’.
Burgerschap: rechten én verplichtingen
Aan het staatsburgerschap zijn rechten verbonden. Denk aan politieke rechten, bescherming door de staat en bepaalde mogelijkheden om deel te nemen aan het openbare leven.
Maar burgerschap bestaat niet uitsluitend uit rechten. Een staat oefent ook gezag uit over mensen die onder zijn rechtsmacht vallen. Er bestaan wetten, verplichtingen, administratieve procedures en sancties.
Iedere samenleving heeft regels nodig om het samenleven mogelijk te maken. De vraag die mij bezighoudt, gaat dan ook niet over de vraag of er regels mogen bestaan.
De vraag is waar de grenzen liggen van het gezag dat een overheid over een mens mag uitoefenen.
Een overheid is geen levend wezen. Het is een juridische en bestuurlijke organisatie, opgericht en in stand gehouden door mensen. Die organisatie beschikt over bevoegdheden die voortvloeien uit de rechtsorde. Maar bevoegdheid is niet hetzelfde als onbeperkte macht.
In een democratische rechtsstaat is de overheid zelf aan regels gebonden. Haar optreden moet een rechtsgrond hebben en fundamentele rechten respecteren. Dat principe vormt voor mij een belangrijk vertrekpunt.
De overheid bestaat ten dienste van de mens. Niet andersom.
Maar waar komt mijn instemming vandaan?
Er is één vraag die mij bijzonder blijft intrigeren.
Wanneer heb ik eigenlijk bewust gekozen voor de juridische verhouding waarin ik mij vandaag tot de Belgische Staat bevind?
Ik heb niet gekozen waar ik geboren werd. Ik heb niet gekozen welke nationaliteit ik bij mijn geboorte kreeg. En ik heb evenmin persoonlijk onderhandeld over de wettelijke rechten en verplichtingen die daarmee gepaard gingen. Die rechtspositie ontstaat door de toepassing van bestaande wetgeving.
Juridisch is dat iets anders dan een overeenkomst waarvoor mijn handtekening vereist is. De geldigheid van wetten en de rechtsmacht van een staat berusten niet op de individuele toestemming van iedere burger. Maar daarmee verdwijnt mijn achterliggende vraag niet. Want naast de vraag wat het huidige recht voorschrijft, bestaat er ook een principiële vraag:
Hoe ver mag een overheid gaan in het bepalen van de juridische positie van een mens, zonder dat die mens daar zelf een wezenlijke keuze in heeft gehad?
En in hoeverre zou iemand die verhouding later moeten kunnen herzien? Dat zijn voor mij fundamentele vragen over vrijheid, zelfbeschikking en de verhouding tussen mens en staat.
De Verenigde Staten: waar mijn onderzoek een nieuwe richting kreeg
Het idee om mijn juridische status aan te passen, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Tijdens mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik in aanraking met het werk van verschillende Amerikaanse onderzoekers en mensen die zich bezighouden met juridische identiteit, staatsburgerschap en de verhouding tussen mens en overheid.
Twee namen die daarbij een belangrijke rol spelen, zijn David Lester Straight en Brandon Joe Williams.
David Lester Straight werd onder meer bekend door zijn seminars en zijn benadering van wat hij status correction noemt. Daarbij staat het onderscheid tussen verschillende vormen van Amerikaanse juridische en politieke status centraal.
Brandon Joe Williams onderzoekt vanuit zijn eigen juridische interpretaties onder andere de betekenis van staatsburgerschap, juridische vertegenwoordiging, rechtsmacht en de verhouding tussen de levende mens en juridische constructies. Hij publiceert daarbij ook documenten en informatie over zijn eigen juridische procedures.
Hun werk bracht mij in aanraking met uitgangspunten en vragen die ik voordien nauwelijks kende. Maar het belangrijkste was misschien nog wel dit:
Wat ik aanvankelijk als een onveranderlijke juridische werkelijkheid beschouwde, bleek een onderwerp te zijn waarover mensen actief onderzoek voeren, verklaringen opstellen en juridische procedures proberen te ontwikkelen.
In de Verenigde Staten bestaan bovendien daadwerkelijk wettelijke mogelijkheden om afstand te doen van het staatsburgerschap. De Amerikaanse wetgeving maakt ook onderscheid tussen staatsburgerschap en bepaalde andere vormen van nationaliteit.
Dit deed me beseffen dat een juridische status geen onderwerp is dat buiten iedere discussie staat. En daarmee ontstond een nieuwe vraag:
Als in de Verenigde Staten bepaalde wijzigingen van staatsburgerschap en nationaliteit wettelijk geregeld zijn, welke mogelijkheden bestaan er dan binnen de Belgische en Europese rechtsorde?
Ik wilde niet zomaar een Amerikaans stappenplan kopiëren. Ik wilde onderzoeken welke onderliggende principes bruikbaar zijn, waar de juridische verschillen liggen en of er in België een rechtsgrond bestaat voor de verandering die ik nastreef. Dat werd het vertrekpunt van mijn eigen onderzoek.
Van Amerikaanse voorbeelden naar de Belgische rechtsorde
Wat in de Verenigde Staten mogelijk is, is niet noodzakelijk ook in België mogelijk. Beide landen hebben hun eigen grondwet, wetgeving, bestuurlijke organisatie en procedures. Daarom ben ik het traject steeds meer gaan benaderen vanuit de Belgische rechtsorde.
- Welke status kent de Belgische wetgeving aan een mens toe?
- Wat is juridisch het verschil tussen nationaliteit, verblijf, registratie en rechtsmacht?
- Welke gegevens worden in het Rijksregister opgenomen, en op welke grondslag kunnen die worden aangepast?
- Welke mogelijkheden bestaan er om een administratieve beslissing te betwisten?
- En welke instantie kan uiteindelijk bepalen of een gevraagde statuswijziging juridisch mogelijk is?
Zo evolueerde mijn onderzoek van een oorspronkelijk Amerikaans geïnspireerd idee naar een zoektocht naar een juridisch onderbouwde Belgische procedure. Niet door ervan uit te gaan dat het resultaat op voorhand vaststaat. Maar ook niet door bij voorbaat aan te nemen dat iedere andere mogelijkheid uitgesloten is.
Waarom de naam ‘onnozele belg’?
De naam is bewust gekozen.
In het dagelijkse taalgebruik wordt iemand die vanzelfsprekende zaken in twijfel trekt nogal gemakkelijk als naïef, onwetend of onnozel beschouwd. Zeker wanneer die vragen gaan over onderwerpen die de meeste mensen als vaststaand beschouwen.
Maar wat als het helemaal niet zo onnozel is om vragen te stellen? Wat als het juist verstandig is om te onderzoeken waarom bepaalde regels bestaan, waarop bevoegdheden gebaseerd zijn en welke mogelijkheden een mens heeft om zijn eigen rechtspositie te beïnvloeden?
Onnozele belg is voor mij dan ook geen oproep om blind tegen alles in te gaan. Het is een uitnodiging om zelf na te denken. Om onderscheid te maken tussen wat we denken te weten en wat we daadwerkelijk kunnen aantonen. En om niet automatisch aan te nemen dat iets onmogelijk is, uitsluitend omdat het ongebruikelijk is.
Wat wil ik bereiken?
Mijn doel is duidelijk:
een officiële juridische statusaanpassing realiseren, waarbij mijn huidige registratie en verhouding tot de Belgische Staat fundamenteel worden gewijzigd.
Ik ben ervan overtuigd dat dit mogelijk is.
Als ik daar niet in zou geloven, zou ik niet zoveel tijd en energie in dit onderzoek steken. En al helemaal niet beginnen aan het ontwikkelen van een volledige cursus waarin ik mijn kennis en bevindingen met anderen deel.
Mijn overtuiging is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Ze is gegroeid vanuit het onderzoek naar juridische identiteit, staatsburgerschap, rechtsmacht en de Amerikaanse voorbeelden die mij oorspronkelijk op dit spoor hebben gebracht.
Maar ik woon niet in de Verenigde Staten. Ik woon in België. Daarom bestaat mijn werk er niet uit om Amerikaanse procedures klakkeloos over te nemen, maar om een juridisch onderbouwd traject uit te werken dat binnen de Belgische rechtsorde kan worden toegepast.
Ik wil niet verdwijnen uit de administratie. Ik wil dat mijn juridische status correct wordt aangepast en als zodanig wordt erkend.
Daarvoor werk ik met formele verklaringen, kennisgevingen en een zorgvuldig opgebouwd dossier. Mijn bedoeling is om de bevoegde instanties officieel met mijn standpunt en verzoek tot statusaanpassing te confronteren.
Wanneer dat niet langs administratieve weg kan worden gerealiseerd, behoort ook een gerechtelijke procedure tot het traject. Want uiteindelijk gaat het mij niet om een verklaring op papier die alleen voor mezelf betekenis heeft.
Ik wil een statusaanpassing die officieel wordt erkend en daadwerkelijk juridische gevolgen heeft.
Daar ligt de ambitie van de onnozele belg. Niet uitsluitend nadenken over autonomie en zelfbeschikking, maar proberen die principes ook juridisch vorm te geven.
Waarom maak ik dit traject openbaar?
Omdat de vragen achter dit project veel verder reiken dan mijn persoonlijke situatie.
- Hoeveel vrijheid heeft een mens werkelijk?
- Wat is de grens tussen noodzakelijke maatschappelijke organisatie en ongeoorloofde inmenging?
- Wanneer handelt een overheid binnen haar bevoegdheden, en wanneer gaat zij daarbuiten?
- Welke rechten heeft iemand die het niet eens is met een beslissing van de overheid?
- En hoe kun je die rechten op een correcte, onderbouwde manier uitoefenen?
Dat zijn onderwerpen waarover naar mijn mening veel meer gesproken zou mogen worden. Daarom deel ik via Freeducation mijn onderzoek, inzichten, vragen en bevindingen. Niet omdat ik alle antwoorden al heb. Integendeel. Ik verwacht dat sommige inzichten in de toekomst zullen veranderen. Misschien zullen bepaalde ideeën bevestigd worden. Andere zullen mogelijk moeten worden bijgestuurd of verlaten.
Dat hoort ook bij een eerlijk onderzoeksproces.
Vrijheid begint met vragen durven stellen
Misschien blijkt uiteindelijk dat de juridische mogelijkheden om mijn status te veranderen veel beperkter zijn dan ik zou wensen. Misschien ontstaan er nieuwe inzichten of komen er mogelijkheden aan het licht die vandaag onvoldoende onderzocht zijn. Dat zal het verdere traject moeten uitwijzen.
Maar voor mij heeft het onderzoek nu al iets belangrijks opgeleverd. Ik ben anders gaan kijken naar begrippen die ik vroeger als vanzelfsprekend beschouwde.
Mens. Persoon. Burger. Staat. Overheid. Bevoegdheid. Vrijheid.
Woorden die we dagelijks gebruiken, maar waarvan we de betekenis en de onderlinge verhouding zelden grondig onderzoeken. En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van de Onnozele Belg.
Je hoeft niet alles wat je geleerd hebt te verwerpen. Maar je hoeft het evenmin als vanzelfsprekend te blijven aanvaarden.
Durf vragen te stellen. Durf zelf op onderzoek te gaan. En durf ook je eigen overtuigingen in twijfel te trekken. Want echte vrijheid begint niet noodzakelijk met het veranderen van je juridische status.
Ze begint op het moment dat je ophoudt anderen voor jou te laten bepalen wat je wel en niet mag onderzoeken.
Onnozele belg is een educatief en persoonlijk onderzoeksproject binnen Freeducation. De gedeelde informatie is bedoeld om kritisch denken en juridisch bewustzijn te stimuleren. Ze vormt geen individueel juridisch advies en houdt geen garantie in dat de beschreven doelstellingen juridisch gerealiseerd kunnen worden.

